Het Nationaal Masterplan Lopen: hoe zetten we de volgende stap?

Ook in het voorheen nogal autogerichte werkveld verkeer en vervoer zijn we het er roerend over eens: we moeten meer doen met lopen, zeker in de stad. Veel gemeenten hebben in hun mobiliteitsnota’s ‘stappen’ zelfs al op één gezet. Daarmee is duidelijk welke kant we op willen. Maar is ook helder hoe dat moet? Niet altijd. Daarom publiceerden de belangenorganisaties Platform Ruimte voor Lopen en de City Deal Ruimte voor Lopen eind 2024 een Nationaal Masterplan Lopen.




Aan het Nationaal Masterplan Lopen hebben tientallen publieke en private partijen meegeschreven.1In totaal waren drie ministeries, zes provincies, een vervoersregio, elf gemeenten en nog eens 36 andere (maatschappelijke) organisaties, kennisinstellingen en private partijen betrokken. Al deze partijen zien een rol voor zichzelf in de uitvoering van het plan. Het gezamenlijke doel: lopen bevorderen als een aantrekkelijke en gezonde vorm van mobiliteit. Het plan is ambitieus, maar vooral ook concreet. Behalve een visie en een analyse bevat het namelijk dertig acties voor de periode tot 2030. In dit artikel bespreken we wat het Masterplan inhoudt en hoe het zijn uitwerking kan vinden in de praktijk.

Waarom een Masterplan Lopen?
Lopen levert voordelen op voor mens én maatschappij. Lopen is gezond, vermindert stress en bevordert sociale interactie. Het is bovendien een duurzame manier van verplaatsen: bij lopen geen schadelijke uitlaatgassen of fijnstof. Door lopen meer ruimte te geven, dragen we dus bij aan het welzijn van de inwoners en worden steden leefbaarder.

De afgelopen jaren zijn er met lopen al flinke stappen vooruit gezet. Steeds meer gemeenten en provincies maken loopbeleid, de openbare ruimte wordt vaker voetgangersvriendelijk ingericht en professionals in zowel het ruimtelijke als het sociale domein houden zich meer bezig met lopen. Maar we zijn er nog niet. Zo schiet de kwaliteit van looproutes nog te vaak tekort, ontbreken veilige oversteekplaatsen en sluit het voetgangersnetwerk onvoldoende aan op het openbaar vervoer. Ook wil er lokaal nog wel eens weerstand tegen loopbeleid ontstaan, bijvoorbeeld als het beleid de belangen van de auto raakt. Er is dus nog een weg te gaan om lopen echt voor iedereen vanzelfsprekend te maken.

Het is de bedoeling dat het Masterplan hierbij gaat helpen. Er is daarbij bewust gekozen voor een nationaal plan. Dit maakt een gecoördineerde aanpak en samenwerking tussen verschillende gemeenten, provincies en andere belanghebbenden mogelijk. Ook brengt het organisaties bij elkaar om kennis te delen.


“Waarom doen we dit al niet?”

Martine de Vaan, programmaleider City Deal Ruimte voor Lopen, is een van de initiators van het Nationaal Masterplan Lopen. Wat is volgens haar het belang van het plan?

Martine de Vaan (foto: Arenda Oomen).
“Het Nationaal Masterplan Lopen is een energiek en uitnodigend verhaal. Een verhaal waarvan je zegt: waarom doen we dit al niet? Een plan waarin lopen voor iedereen vanzelfsprekend is. We werken toe naar een toekomstbeeld waarin iedereen kan, durft en zich welkom voelt om te lopen en, daar waar nodig, bij wordt geholpen. Waar de openbare ruimte een fijne plek is om te zijn, waar het voetgangersnetwerk uitstekend is. Waar stadsmakers, zorgverleners en andere professionals lopen makkelijk maken. Maar ook een stuk waarmee raadsleden, beleidsmedewerkers, en ook ontwikkelaars kunnen wapperen en zeggen: dit hebben we landelijk afgesproken en laten we het dan ook uitvoeren!

Je kunt het zien als een emancipatieproces van de voetganger als volwaardige modaliteit. We komen nu in een volgende fase, waarin de consequenties duidelijk worden, en de weerstand soms groeit. Dan is het fijn onderdeel te zijn van een brede basis van partijen.”



Visie voor 2040
De visie van het Masterplan richt zich op 2040. De bedoeling is om tegen die tijd een omgeving te hebben waarin iedereen, ongeacht leeftijd of beperking, wil, kan en durft lopen. Lopen moet er ook van jongs af aan ingebracht worden, aldus het plan. “Rond iedere school en sportvoorziening zijn lopen en fietsen de norm. Looproutes naar scholen hebben spelaanleidingen, zijn veilig en kunnen zelfstandig en ontspannen belopen worden. Kiss & ride-plekken bevinden zich niet direct naast school en sportvoorziening, maar op enige afstand.”

De visie rept verder over (sociale) veiligheid en over de openbare ruimte in de bebouwde kom als ‘primair het domein van voetgangers’. Steden, wijken en dorpen kennen een fijnmazig en makkelijk te volgen voetgangersnetwerk en is er veel aandacht voor lopen als first & last mile van het openbaar vervoer.

Zeven thema’s, dertig acties
Om tot in ieder geval 2030 op koers te blijven voor deze ambitieuze visie, beschrijft het Masterplan dertig concrete acties, verdeeld over zeven thema’s.

Thema 1) is de kennis over lopen vergroten, onder meer door meer en betere voetgangersdata te verzamelen, de registratie van ongevallen met voetgangers te verbeteren en door een onderzoeksagenda op te stellen en uit te voeren. Dan volgen 2) samenwerken, 3) het opleiden van professionals en 4) het beschikbaar stellen van financiële middelen.

De laatste drie thema’s betreffen beleid en doen. In thema 5) gaat het erom overheden te stimuleren loopbeleid uit te werken. Ook 6) het bepalen van geschikte interventies komt aan bod, met onder meer het opzetten van ‘beweegvriendelijke schoolomgevingen’ en meer aandacht voor lopen in werkgeversaanpakken. Het laatste thema betreft 7) het ontwikkelen van de juiste tools. Denk dan aan overzichten van fysieke barrières voor voetgangers, kennismodules over veilig en snel oversteken, handreikingen voor gemeenten en provincies met eisen die in aanbestedingen en gebiedskaders kunnen worden meegenomen, en een handreiking voor veilige looproutes tijden (weg)werkzaamheden.

Ruimte voor lopen in gemeenten
Dit overzicht van acties klinkt misschien nog wat abstract. Daarom geven we tot slot enkele voorbeelden van hoe het Masterplan in de praktijk vorm kan krijgen. We concentreren ons hierbij op gemeenten, die in het uitrollen van voetgangersbeleid een grote rol spelen.

In stedelijke gebieden is de ruimte vaak beperkt en concurreren verschillende modaliteiten om die ruimte. Meer ruimte te geven aan lopen heeft daarmee vanzelf impact op de (parkeer)ruimte voor bijvoorbeeld fietsers en auto’s, maar ook op groenvoorzieningen. Een integrale denkwijze bij het inrichten en beheren van loop- en verblijfsruimte is daarom cruciaal. Verkeersveiligheid is een andere belangrijke factor. Voetgangers hebben de voorkeur voor zo min mogelijk interactie met ander verkeer: ze steken liever geen drukke wegen over en houden graag afstand van voorbijrazende auto’s en fietsers. De loopruimte gescheiden houden van ander verkeer door middel van stoepen of voetgangersgebieden, draagt dus bij aan een veilige en comfortabele loopomgeving. Ook kan het verlagen van de intensiteit en snelheid van ander verkeer, een looproute comfortabeler en veiliger maken.

Het ontwikkelen van loopnetwerken binnen de gemeente helpt bij het identificeren van knelpunten en barrières, en bij het vinden van oplossingen om de toegankelijkheid voor voetgangers te verbeteren. Een goed loopnetwerk zorgt ervoor dat voetgangers niet hoeven om te lopen om hun bestemming te bereiken. De barrièrewerking van wegen, sporen en kanalen wordt zoveel mogelijk geslecht door veilige oversteekplaatsen of ongelijkvloerse kruisingen als voetgangersbruggen of tunnels. Of nog beter: door een tunnel of brug die juist het andere verkeer, zoals auto’s en vrachtverkeer, laat wijken voor de voetganger.

Hoe aantrekkelijk een omgeving ook is om te lopen, een te grote afstand – dus een langere reistijd – zal altijd een reden blijven om niet te lopen naar een bestemming. Toch zijn aantrekkelijke en veilige looproutes ook voor langeafstandsreizen belangrijk. Lopen is immers een belangrijke schakel in de ketenmobiliteit. Aantrekkelijke en veilige looproutes naar haltes en stations, en vanaf daar naar de uiteindelijke bestemmingen stimuleren niet alleen het lopen, maar ook het gebruik van het openbaar vervoer. Parkeren op afstand, gecombineerd met een aantrekkelijke looproute naar de bestemming kan bij bijvoorbeeld scholen en evenementen verkeersdrukte verminderen en parkeerproblemen oplossen. Er komt dan meteen ruimte vrij voor andere functies, zoals bredere voetpaden of een comfortabele verblijfsruimte.

Tot slot is het erg belangrijk om te zorgen dat voorzieningen dichtbij zijn. Door korte loopafstanden te creëren naar bijvoorbeeld supermarkten, scholen en huisartsenpraktijken is de kans dat mensen gaan lopen groter. Bij gebiedsontwikkelingen kunnen dagelijkse voorzieningen daarom het beste op loopafstand worden gepland.

Aan de slag
Met z’n praktische insteek is het Nationaal Masterplan Lopen niet slechts een beleidsdocument, maar een uitnodiging aan iedereen om bij te dragen aan een gezondere en duurzamere toekomst. Gemeenten die lopen willen stimuleren, kunnen hierbij gebruikmaken van bestaande hulpmiddelen. De Toolbox Loopbeleid van het platform Ruimte voor Lopen bijvoorbeeld bevat richtlijnen en instrumenten om via beleid meer ruimte voor lopen te creëren. Gemeenten kunnen ook hun voordeel doen met de best practices van gemeenten die hen voorgingen. Zo kunnen er in gezamenlijkheid stappen worden gezet richting dat mooie doel: lopen als dé aantrekkelijke en gezonde vorm van mobiliteit.

____

De auteurs
Ir. Marlies Wouters is adviseur Smart Mobility & Modellen bij Royal HaskoningDHV.
Ir. Fieke Witte is adviseur Mobiliteit bij MuConsult.